Sommige accommodaties die voor of tijdens de reis online de revue passeerden om te kunnen overnachten werden meteen weggeklikt, net alsof je op Tinder steeds naar links aan het swipen bent. Of is het naar rechts? Geen idee, maar anyhow, bij een aantal verblijven hadden we geen goed gevoel omdat het hunterfarms waren. Jagen om het ecosysteem te verbeteren of een populatie in balans te houden is met een doel, maar de trophyhunters is voor ons een no-go. En dan ook nog met je blije bakkes bij je trofee op de foto. Nee, niet onze cup of tea. Maar ik zou Manon niet zijn als er niet een keer iets ondoordachts zou gebeuren.
Dus we kwamen aan bij Onduri Safaris & Lodge, onze volgende accommodatie tussen de plaatsen Okaukeujo en Outjo, en maakten kennis met eigenaresse Anita die ons meteen een rondleiding gaf en liet zien waar we in de ochtend zouden ontbijten. Wat we toen zagen was niet voor de poes. Dat was letterlijk voor de opgezette cheeta. Een kudukop aan de muur. Luipaardhuiden over een bank, gedrapeerd alsof het kleedjes waren waar je lekker onder kon zitten. Vossenstaarten aan de gordijnrails. Je raadt het al: dit was een huntersfarm.
Anita, die de farm samen runde met haar man Chris en zoon Helmut, bleek dit interieur niet te hebben doorgetrokken naar de familyrooms, want gelukkig hoefden we niet onder een zebravelletje te slapen. En net alsof Lex weg wilde lopen van alle trofeeën, zette ze bij Onduri haar eerste stapjes los.
Anita gaf ons de tip om de dag erop met de auto de oostkant van de Etosha Pan nogmaals te verkennen, omdat er verder in de omgeving niet veel te doen was en we de dag ervoor weinig wild in het nationale park hadden gezien. Helaas zagen we ook nu weer nauwelijks dieren die we nog niet eerder hadden gespot. Wel kwamen we uit bij een stuk of 12 olifanten die met hun baby's (smelt...) door de grasvlakte paradeerden, precies op de manier zoals Kolonel Hathi en Hathi Jr. uit Jungle Book dat deden.
In de twee avonden die we bij Onduri waren, werd het 'wat de pot schaft-'eten door Anita en Helmut klaargemaakt. We spraken Chris en kwamen tot de ontdekking dat zij niet alleen jagen voor fun, maar ook voor het natuurbehoud. Smaakte de oryx van de barbecue toch net iets beter door.
De volgende ochtend vertrokken we weer meer in zuidelijke richting, naar Ugab Game Farm & Lodge. Na 2 uurtjes rijden kwamen we aan bij de accommodatie vlakbij de Ugab Rivier in Damaraland, van oudsher het woongebied van de oudste bevolkingsgroep Damara. Het reservaat van Ugab Game Farm & Lodge is 9800 hectare groot en is het leefgebied van meer dan 850 dieren, zoals giraffen, nyala's, springbokken en gnoes. Doordat het gelegen is bij de rivier is het een perfecte locatie voor de verschillende soorten. Er zijn soms zelfs olifanten gespot in de omgeving en uniek op de farm van Ugab zijn de 3 witte neushoorns die er rondlopen.
Ons nieuwe logeeradres, ook een van de favorieten van Bram, bleek nog geen jaar lang geopend te zijn en zag er prachtig uit. Eigenaar CP heette ons welkom, waarna hij het stokje overdroeg aan kok en manusje van alles Sean en gastvrouw Christina. We kregen wederom een familiekamer, deze keer met 2 verschillende slaapkamers (hoera, geen gesnurk!), een mooie ruime badkamer en een buitendouche. Omdat we vroeg waren gearriveerd konden Boet en Fos nog even in het frisse zwembadwater springen voordat we op middagsafari gingen. Rond 16 uur werd de jeep gereed gemaakt voor vertrek en nam ranger Christian ons mee naar een lodge in de buurt waar we een Italiaans-Zweeds gezin op gingen halen. Vader Angelo had met zijn mooie praatjes een leuke connectie met Lex, dus hierbij een mededeling vanuit Bram: over 15 jaar blijven alle Italianen uit de buurt van zijn dochter.
Er was een fijne vibe tijdens de gamedrive met Angelo, moeder Rebecca, de 16-jarige Emma en 14-jarige Eric, dus dat onze kinderen zingend uit de jeep hingen (bedankt Gullie...) of we weer eens moesten stoppen om de speen van Lex van de grond te rapen was voor niemand een probleem. We hadden een ontmoeting met Elsa, een grote eland die op jonge leeftijd haar moeder was verloren en dus door mensen was grootgebracht. Hierdoor was ze tam en konden we haar tijdens de gamedrive eten voeren naast de jeep. Christian vertelde over de flora en fauna in het gebied rondom de rivier en omdat deze nu droog lag konden we er met de terreinwagen doorheen rijden. Om giraffen van dichtbij te bekijken werden de ruigste paden genomen en was het een safari zoals deze hoort te zijn: lekker wild. Dit maakte het een van de leukste momenten van de hele vakantie, ondanks dat we weinig dieren zagen. De stop bij zonsondergang droeg hier zeker aan bij: Christian zette de jeep op een heuvel, pakte er een grote gasfles en een pan uit en begon, terwijl de zon langzaam onder ging en wij met een drankje erbij stonden, stukken vlees te bakken. "Een voorgerecht", werd er gezegd, want na terugkomst bij de lodge zouden we nog een hoofd- en nagerecht krijgen. Voor Fos en Lex was het eten tijdens de safari echter genoeg, want zij vielen in slaap in de jeep tijdens de terugrit in het maanlicht.
Damaraland staat bekend om de diverse rotstekeningen, waarvan de meeste zijn gemaakt door de inheemse bevolkingsgroep San. Duizenden jaren geleden zijn de grotten en overhangende stenen door de nomadische jager-verzamelaars als schuilplaats gebruikt en is de rotskunst op talloze wanden aangebracht. Blijkbaar is het bijna niet mogelijk om vast te stellen hoe oud de tekeningen zijn omdat er vaak anorganisch materiaal was gebruikt. De schoonvader van CP, werkzaam als gids bij Ugab, nam ons de volgende dag na het ontbijt per jeep mee naar 2 verschillende types rotstekeningen die te vinden waren in hun private reserve. De schetsen van onder andere olifanten en giraffen zijn nog in goede conditie en konden we zelfs aanraken. Leuk om even te zien en het verhaal erachter te horen, alhoewel de jongens meer bezig waren met stenen verzamelen die bij terugkomst vakkundig door Fos onder de douche schoon werden gemaakt. Omdat de stenen perse mee op reis moesten werden ze verpakt in plastic tassen en in de auto gezet. Die nu trouwens hier in Zuid-Afrika onder de overkapping staan. Inclusief stenen en juist, waar de kids nooit meer naar omgekeken hebben.
Wat verder naar het zuiden in Namibië was onze volgende overnachtingsplaats: Atlantic Garden Boutique Hotel aan de kust van Swakopmund. Deze historische havenplaats met een Duitse achtergrond is vernoemd naar de Swakop, een rivier die 'stromende uitwerpselen' betekent omdat het modderige water dat na een flinke regenval de oceaan bereikt veel afval met zich mee voert.
Omdat we een reisdag hadden van ongeveer 5 uur kwamen we redelijk laat in het hotel aan en besloten we in het stadje iets te eten en op tijd te gaan slapen. Dat laatste ging 'm amper worden, aangezien Fos getransformeerd was in schuurpapier en overal enorme jeuk had. We hoopten dat hij net als Boet weg zou komen met een aantal vlekjes, maar het tegendeel was waar: echt op ieder plekje van zijn lijfje zat zo'n letterlijk pokkebultje. Om te proberen Fos niet teveel te laten krabben, hadden we hem sokken aan zijn handen gedaan in de nacht, maar ook dat hielp niet.
Als afleiding (en eigenlijk ook gewoon omdat we dat zo al hadden bedacht) gingen we naar Cape Cross Seal Reserve, op ongeveer anderhalf uur rijden van Swakopmund. Op de kaap broedden ongeveer 150.000 tot 200.000 pelsrobben, wat een enorme stank geeft. We hadden een weddenschap in de auto wie van de kinderen als eerste zou zeggen dat de geur niet te doen was op het moment dat de autodeur open zou gaan. En jawel hoor, na 1 seconde hoorden we Pokkie al "gatver" zeggen.
Onze zintuigen werden goed op de proef gesteld, want na ons reukorgaan was het gehoor aan de beurt. Wat een oorverdovend lawaai maken die duizenden stinkerds bij elkaar. Via een houten vlonderpad liepen we langs de zeehonden. Grote, kleine, dikke, dunne; alle variaties waren aanwezig. Wat het meeste indruk maakte op mij was een pelsrob langs het houten pad die net een aantal minuten geleden bevallen was en haar jong naast zich had liggen met de placenta nog vast. Helaas zat er weinig leven in het kleine diertje en zagen we hoe de moeder haar baby probeerde wakker te maken door het te verschuiven in het zand en het op te tillen met haar bek. Dit lukte niet en toen ze besefte dat het ook daadwerkelijk niet meer ging lukken legde ze haar kop op het zand en haar voorste flipper voorzichtig over haar kind. Een verdrietig en tegelijk mooi moment. En daar stond ik dan: jankend als een sentimenteel ei tussen de blaffende pelsrobben en hun strontlucht.
Met deze stank in onze kleren (zelfs als we onze neus lekker even in de haren van de kinderen wilden woelen, moesten we al bijna overgeven) gingen we naar het verderop gelegen kustplaatsje Walvisbaai, waar we een heerlijke late lunch hadden met verse visgerechten. Helaas konden we daar niet lang blijven aangezien Fos enorme last van zijn waterpokken had en we dus snel weer richting het hotel gingen.
De dag erop leidde de weg ons in ongeveer 5 uur door het Namib Desert Park naar de volgende accommodatie in Sesriem. Het park is het oudste en meest noordelijke deel van het Namib Naukluft Nationaal Park en ligt tussen de rivieren Swakop en Kuiseb. Het is een beschermd gebied en wordt vaak aangeduid als 'de steenwoestijn'. Dat hebben we geweten, want we hebben urenlang over een met steenslag en kiezels bezaaide vlakte gereden die af en toe werd onderbroken door een eenzame berg die als een eiland in het vlakke landschap lag. Onderweg naar onze locatie, genaamd Desert Quiver Camp, passeerden we de Steenbokskeerkring ofwel Tropic of Capricorn, de cirkel rond de aarde die op ongeveer 23,5° zuiderbreedte ligt.
We hadden hoge verwachtingen van het overnachten in de woestijn en het was ook zeker de moeite waard. Jammer vonden we de faciliteiten er omheen die op de website toch anders leken aangeprezen te worden. Of we hebben nog steeds niet geleerd dat foto's van vakantiehuizen kunnen bedriegen. Na de eerste nacht en het ontbijt bracht onze 4x4 ons naar Sossusvlei, een enorme kleipan die omringt wordt door de hoogste duinen van de Namibwoestijn die allen een glooiende helling aan de ene kant hebben en een steilere aan de andere kant. Sommige duinen zijn meer dan 300 meter hoog, waarmee ze de hoogste ter wereld zijn. Na even crossen door de woestijn (nu weten we een beetje hoe het voelt om met Dakar mee te doen) parkeerden we de auto, stopten Lex in de draagzak en klommen we een hoge duin op. Dit is waar we Namibië onder andere mee associeerden: de betoverende rode zandheuvels die zich uitstrekken in het bijna 50.000 km2 grote Namib Naukluft NP, het op 2 na grootste beschermde natuurgebied van Afrika. Terwijl de jongens naar boven renden en probeerden van de berg te rollen en te glijden, ploeterde ik met 10 kilo extra kind door het mulle zand. En hier gebeurde toch iets raars: want zoals sommigen weten heb ik een verschrikkelijke hekel aan zand aan haar voeten, maar was het beklimmen van de duinen het hoogtepunt van de gehele reis. En hee, je zou geen oermoeder-voeder zijn als je niet even op de (bijna) top van de berg je dochter borstvoeding geeft.
Eenmaal terug in ons verblijf namen we nog even een snelle sprong in het koude zwembad voordat we tegen zonsondergang naar de Sesriem Canyon reden, een natuurlijke kloof die door de Tsauchab-rivier in het gesteente is uitgehouwen en 1 kilometer lang en 30 meter diep is. Op de parkeerplaats liep een aantal bavianen en een plaatselijke gids vertelde ons dat we de auto daarom goed op slot moesten doen. Na terugkomst uit de kloof wisten we waarom: de 'baboons' zaten op een andere auto waar waarschijnlijk eten in lag en de apen probeerden deze op alle brutale manieren open te krijgen. De canyon zelf was overigens prachtig en kiekjeswaardig.
Met het einde van de reis in zicht en nog maar een paar dagen te gaan vertrokken we in de ochtend naar Namtib Desert Lodge in Aus voor 1 overnachting ter overbrugging naar het zuiden. De eigenaar, Thorsten, was van Duitse komaf en woonde al meer dan 40 jaar daar in de middle of nowhere. Zo vastgeroest als dat hij daar woonde, zo vastgeroest was zijn houding. Er was niets te doen op de locatie of in de omgeving, dus was het prima om daar slechts 1 dag te verblijven. Thorsten vertelde wel over een botanische wandelroute van ongeveer een uur, dus ik besloot deze met de jongens te gaan lopen. Natuurlijk had ik niet opgelet waar precies de start van de route lag, dus liepen we de lange oprit af richting de uitgang van de lodge. Dat zal ongeveer slechts een kilometer zijn geweest, maar omdat Boet en Fos iedere seconde stilstonden omdat ze een steentje uit hun schoenen wilden halen hebben we er wel meer dan een uur over gedaan om een beetje over de oprit te slenteren. Na dit tijdverdrijf was het etenstijd en ook hier werd gegeten wat de pot schafte. Samen met andere gasten die allemaal uit Duitsland kwamen zaten we aan tafel, maar gesprekken werden niet echt gevoerd. Tenminste niet met ons, want ik kan maar ein bischen Duits.
En onze vakantie is niet compleet als we geen schoenen kwijtraken, dus ergens in Aus is een kind erg blij met slippers maat 32.
Onze hoop was gevestigd op Luderitz, de laatste plaats in Namibië waar we de volgende dag heen reden en 3 nachten zouden blijven. Echter, toen we na een reis van ongeveer 3 uur het stadje binnenreden kwamen we al snel tot de ontdekking dat dit niets voor ons was. Wat vroeger een welvarende stad scheen te zijn, was nu een beetje een doodse, vreemde plek. Wel bijzonder om er geweest te zijn, maar niet meer dan dat. We checkten in bij het Luderitz Nest Hotel aan de kust en kregen 2 kamers naast elkaar toegewezen. Na de lunch in het hotel besloten we met de auto op ontdekkingstocht te gaan in het stadje om te zien wat we deze dagen konden gaan doen. In het meegenomen reisboek waarin Luderitz uitgebreid werd beschreven, stond ook Agate Beach genoemd, een strandje dat populair schijnt te zijn bij de lokale bevolking. Waarschijnlijk is dat in de zomer, want nu was er niets te doen. Bram wilde nog even een keer heel stoer zijn 4x4 uitproberen (ik denk dat hij indruk wilde maken op mij), dus reed hij het strand op met het gevolg dat we bijna vast kwamen te zitten in het losse zand. Dat was het enige spannende aan de ontdekkingstocht in de oude vissersplaats, waardoor we het besluit namen na 1 nacht al te vertrekken in plaats van er nog 2 te blijven. Ook met het oog op eventueel feestende kinderen die zich behoorlijk zouden gaan vervelen daar. Na het uitchecken de volgende ochtend wilde ik nog wel graag even een bezoek brengen aan Kolmanskop, 9 kilometer ten zuidwesten van Luderitz.
Ooit was het spookstadje het centrum van een bloeiende diamantindustrie, maar werd in 1956 door alle inwoners verlaten waarna de natuur er bezit van nam en het zand in de gebouwen ophoopte. Sommige huizen zijn gerestaureerd, maar onder andere het intacte ziekenhuis was bijzonder om te zien. Het huidige centrum van de diamantwinning is Oranjemund, vlakbij de grens met Zuid-Afrika. De ongeveer 100 kilometer lange kuststrook ten noorden van Oranjemund was lange tijd het rijkste diamantveld ter wereld, maar raakt langzaam uitgeput. De hele regio tussen Luderitz en Oranjemund is het Sperrgebiet: streng verboden voor toeristen vanwege de Diamant Area; de exclusieve mijnrechten voor het gebied zijn vergeven aan een gezamenlijke onderneming van de Namibische overheid en multinational De Beers.
De laatste geboekte nacht was bij Kwelanga in Vioolsdrif, de buuraccommodatie van Dirk, Steph en Jaydan waar we op de heenreis 3 weken geleden verbleven. Maar eerst moesten we de grens nog over. Met zijn allen uit de auto, hoop papierwerk invullen, even lachen naar de chagrijnige douanemedewerker uit Namibië, met zijn allen in de auto, twee meter rijden, met zijn allen uit de auto, even lachen naar de iets vrolijkere douanemedewerker uit Zuid-Afrika, met zijn allen in de auto en op naar Kwelanga. Tenminst, dat dachten we. Want bij de tweede 'met zijn allen uit de auto' werden de paspoorten meteen terug geschoven met het begeleidende woord "loadshedding".
Serieus?
Welkom terug in Zuid-Afrika, het land van het plat leggen van de elektriciteit voor een bepaalde tijd in een bepaald gebied. Dat hadden we nou niet echt gemist in Namibië. Maar goed, 'met zijn allen uit de auto' werd dus 'met zijn allen een half uur wachten'. Toen de loadshedding voorbij was en we weer op weg waren was het al vrij laat. We aten pizza en overnachtten in een simpele familiekamer.
Omdat we het verblijf bij Dirk, Steph en Jaydan in de eerste week erg positief hadden ervaren, wilden we graag bij hen gaan ontbijten. Dat was gelukkig geen probleem, dus konden we nog uitgebreid met hen kletsen over onze reis en de jongens met Jaydan spelen. We namen afscheid en stapten in de auto op weg naar ons huis in Houtbay. We hadden afgesproken dat een eventuele extra overnachting ergens afhankelijk zou zijn van hoe de autorit zou verlopen en hoe het weer zou zijn. Het eerste punt was prima en het tweede minder prima. Dat werd dus doorrijden, een stop om te eten en weer verder rijden. Uiteindelijk reden we rond 20 uur met 3 slapende kinderen Kaapstad binnen en dat voelde toch meteen weer als thuis. Een fijn gevoel dat nog meer bevestigd werd zodra we de auto op de oprit van ons huis parkeerden.
Ondanks het iets teleurstellende einde van de reis kunnen we zeggen dat we 3 mooie weken hebben beleefd met een hoop herinneringen, ervaringen, uitdagingen en foto's. En stenen.